Olie en wijn

18 mei 2015

In Notos waardeer ik de huiswijn van Elia. Hij schenkt hem in uit vijfliterflessen. Hij heeft een lymfe-achtige kleur, neigt meer naar wit dan rood, heeft meer karakter dan zijn uitzicht verraadt, is mild voor wie er niet genoeg van krijgt. Witte en blauwe druiven gaan samen in de pers, zegt Elia.
Vroeger gingen ze in de ton. Blote mensenvoeten pletten het sap uit de vruchten tot zelfs de kracht van de droesem was uitgeput en er op de bodem niets overbleef dan een gigantisch vel. Maar het eerste persen deden de druiven zelf met de druk van hun gewicht.
Elia, 81 jaar, vertelt dat hij, met het zuiverste water gewassen, met alleen maar een wit hemd aan, als knaap in de ton stapte, met zijn voeten in de weke buik van de massa wegzakte en vervolgens, aangemoedigd door de omstanders die de cadans aangaven, begon aan zijn lange dagmars – een rehabilitatie van het ter plaatse trappelen – tot hij tegen de avond helemaal door de ton was opgeslokt, zijn frêle lichaam rozig en kleverig als de ondergaande zon, beneveld door zijn eigen hergeboorte uit die trommel, een god van schuim, ruikend naar het zuur waaruit het leven zich vertakt. Pas na tien dagen was het leven onder het knetterende deksel helemaal uitgewoed.
Dat is lang geleden. Nu schuift Elia feta en olijven in mijn richting, want wie drinkt moet eten. Aan de zere voeten van de olijfbomen liggen de zwarte netten klaar waarin in oktober nog een oogst wordt vergaard. De olijven lijken op de druiven, die echter frivoler zijn. De olijven hebben zich onder de gestrengheid van de stam gerond. Daardoor zijn ze vaster en hebben ze de pit om uitgespuwd te worden.

 

Advertisements

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: