’s Morgens vroeg in Notos

17 mei 2015

Vanmorgen aan het water, op de lange pier, vlak onder het oppervlak de vissen die zwart van koelte en ervaring zijn. Na het zwemmen tussen de scholen het ontbijt van Michalis: geroosterd brood, het provinciale geel van het ei, nog warm van de kont, ook warme croissants die hun naam aan het wassen van de maan ontlenen, het druipen van de honig waarmee de yoghurt zich sterkt, boter en jam van alle vruchten die ik eerst met de ogen eet. En dan, twee hoog op mijn balkon, de groene luiken om het licht te dempen, voor me het al te tere water, in de verte het kartelen van de bergen van Epirus, zich poreus verheffend uit dat blauwe vlies, dat geluidloos op de randen van licht en schaduw breekt. Goed hoorbaar het scheepje dat in de verte dokkert, een sluier in zijn steven, het scheren van een stem. De koekoek neemt het over van de uil, twee vogels die hun echo te snel af zijn. Beneden het huis in aanbouw: het schrapen van het truweel, het schuren van de mortel. In elk landschap hoor je hoe de mens zich voegt.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: