Een doopfeest met Zorba de Griek

27 april 2015

What ever will be, will be. Vorige week zondag vond er op de veranda van mijn pension een groots doopfeest plaats, een evenement met tachtig genodigden en een kind. Er was een orkestje uit de hoofdstad Korfoe overgewaaid om de namiddag op te vrolijken. Een paar vrouwen hadden er de dag ervoor al mee gedreigd dat ze me ten dans zouden vragen. Ik besloot boven op mijn balkon te blijven, niet omdat ik niet graag dans, maar omdat ik dat het liefst alleen doe, naakt onder een malse regenbui. Dat het die zondag regende was niet voldoende om me te vermurwen.

Bovendien was ik niet naar Korfoe gekomen om te dansen, maar om te werken. Ook omdat ik hoopte te genezen van een extreme pijn onder mijn ribbenkast, die volgens mij een somatische uitloper was van een kanjer van een depressie waartegen ik in Berlijn tevergeefs had gevochten. En werkelijk, het werk schiet hier aardig op, de pijn schaamt zich om over de drempel te komen. Maar om wild te dansen vind ik het hoe dan ook te vroeg.

Ik wilde me niet aanstellen door me al na een week te gaan gedragen als Zorba de Griek, daar had ik overigens misschien wel de baard, maar niet de benen voor. Daarenboven lijk ik niet op Anthony Quinn en onder de vrouwen was er niemand die op Irene Papas leek, want dan had ik mijn principes ongetwijfeld overboord gegooid. Trouwens, ook Zorba danst het liefst alleen, ik heb het hier nog eens nagelezen in ‘Alexis Sorbas’ (1946), de roman van Kazantzakis, die ik nu misschien nog provocerender vind dan in de tijd dat ik hem in het geniep, want met het vermoeden dat hij mijn seksuele nieuwsgierigheid zou bevredigen, op een lang verleden zomerdag uit het boekenrek van mijn vader had ontvreemd om hem met kloppend hart te lezen onder de dakpannen  die er ook al heet van werden.

Het toeval wilde dat mijn Korfiotische lectuur van de roman samenvalt met die over de verkrachtingen waaronder zoveel Berlijnse vrouwen in 1945 bij het binnenrukken van het Rode Leger te lijden hadden. Nu ontdek ik dat ook Alexis Sorbas een Russische dimensie heeft. Kort na de Russische revolutie werkte de helse Griekse danser in de kopermijnen van Novosibirsk. Daar maakte hij kennis met een bolsjewistisch drankorgel dat er prat op ging dat hij de vrouwen van de rijkaards, die hij eerst had neergeknald, in hun huizen had verkracht: ‘Eerst huilden ze, die duivelse vrouwen, krabden zich en krabden de indringers. Maar langzamerhand werden ze tam, sloten hun ogen en krijsten van genot. Ja, zo zijn de vrouwen…’  Het is niet helemaal duidelijk wie je die laatste zin in de mond moet leggen: de bolsjewiek, Sorbas of misschien zelfs Kazantzakis.

Overigens, de orkestleden bleven slapen. Eentje had ik ’s nachts straalbezopen onder de douche horen zingen en dansen. Ik vraag me af of hij dezelfde was die ik de volgende dag met instrument en al van de trappen zag donderen. Que sera, sera.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: