Pension Elena

13 april 2015

achter de zee, die ik trapezi noem, zoals tafel hier heet, en die nu zonder golfslag is, aan de overkant de bergen van het vasteland, in nevels gehuld, welvend, mild, niet door toppen beknot, ze gaan haast in het water op, met dat verschil dat ze er zijn. dichterbij het geel van citroenen, met geschil dat opvlamt onder gebladerte dat misschien rood is van hun zuur. het hout van de olijfbomen, uitgehold, verwilderd van angst voor de bijl die na vijf eeuwen niet gekomen is, elke stam een gedachte aan de kruisiging. nooit zag ik zoveel kippen op het strand als in de baai van het zuidelijke notos, dat een gehucht van het steile, haast ontvolkte agios nikolaos is, ze kakelen niet, betoverde vrouwen kunnen het niet zijn. in plaats daarvan het blèren van de schapen, waarvan mijn kin nog vettig is (want gisteren was het hier pasen). in het dorp de pope, die in potten van licht wordt geblakerd en toch blijft lachen en wuiven en opveert alsof het wonder aan hemzelf is geschied.

 

Advertisements

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: