Zondag, Korfoe en Berlijn

8 maart 2015

Zo’n mooie zondag. Om zes uur op. Ontbijt. Radio Bach. Van zeven tot twaalf, vertaald en geschreven. Middagmaal: groentesoep, quiche van zucchini (zoals de courgette – ook een verkleinwoord – hier heet) en schapenkaas. Opruimen keuken. E. met aardbeitaart aan de voordeur, te vroeg voor aardbei misschien, maar niet te vroeg voor het pathos van het rood op een romig bed. Espresso op het balkon, puberale zon, terwijl ik E. bestook met citaten uit Lawrence Durrells ‘Prospero’s Cell’, een heerlijk verslag van de 25-jarige Brit op Korfoe, waar ik binnenkort mijn tenten opsla omdat Thessaloniki in het water is gevallen, en het lijkt wel alsof Durrell, die in 1937 in Kalamai, op de noordelijke punt van Korfoe, zijn vrouw N. beschrijft, tegelijk ook E. vandaag beschrijft zoals ze daar op het balkon zit, met haar over elkaar geslagen blote benen, lezend (Fallada’s ‘Alpdruck’) op een stoel, rustige ogen, glad haar, witte tanden. Daarna om 15 u samen naar het S-Café in Friedenau, waar ik haar buiten op het terras (ons narrenschip) vertel over Gaby, mijn eerste grote liefde in West-Berlijn (1973), die ik al 25 jaar niet meer had gezien, hoe we vorige week met elkaar afgesproken waren in het Schwarze Café in de Kantstrasse en hoe we, al na een half uur, uitgepraat waren en handenwringend tegenover elkaar zaten en dan afscheid namen met het gevoel dat het zo voor de rest van het leven wel welletjes was geweest, vriendschappelijk en ook wat wrang, waarop E. zei dat dit voorval nog maar eens haar stelling kracht bijzet dat je nooit of nooit naar je oude leven mag terugkeren: ‘Het is alsof je je kleren in het publiek binnenstebuiten draagt en je schoenen verkeerd aan hebt, met de neus naar achteren.’ En nu valt de avond en kijken we naar Korfoe op de waterkaart, het lijkt wel een zeepaard dat koers naar de amandelbomen van Sicilië zet.

 

Advertisements

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: