Vensters en balkons

7 maart 2015

Gisteren en vannacht stond alles in het teken van de dodelijke val. Twee films. In ‘Die Unberührbare’ (2000, Oskar Roehler) gaat de aan lagerwal geraakte, zelfs door haar moeder uitgespuugde schrijfster Hanna Flanders – vergroeid met haar verslavingen – in foetushouding op het raamkozijn liggen en laat zich, na een laatste sigaret, in de ontwenningskliniek van vier hoog in de diepte vallen. (Een ogenblik hoop je dat ze het venster alleen maar openmaakt om te verluchten).

 

Nog het lot van een vernederde in de film ‘Kuhle Wampe’ (1932, Slatan Dudow). Hier springt de jonge Bönike, de werkloze zoon uit een Berlijnse armoezaaiersgezin in de Weimarrepubliek, uit het venster in de dood.

 

Frapperende parallellen, ondanks de totaal uiteenlopende milieus. Op de rand van de dood vallen beide zelfmoordenaars de tijd aan: Hanna Flanders haalt een reusachtige klok van de muur, terwijl zoon Bönike zijn horloge aflegt voor hij springt.

 

‘s Nachts malen de beelden in filmische uitlopers in me voort, want fragmenten uit Roman Polanski’s ‘The Tenant’ en ‘The Pianist’ kloppen in mijn dromen aan: de geterroriseerde huurder Trelkovsky uit ‘The Tenant’ (1976) springt ten einde raad van het balkon. En dan nog sequenties uit ‘The Pianist’ (2002): in Warschau wordt een invalide incluis rolstoel door SS’ers van een hoog balkon in de dood gegooid.

 

PS: 1. Regisseur Oskar Roehler heeft Hanna Flanders uit ‘Die Unberührbare’ gemodelleerd naar zijn moeder, de schrijfster Gisela Elsner, die door nieuwe edities in de Berlijnse Verbrecherverlag uit de vergetelheid wordt gehaald. 2. Bertolt Brecht werkte mee aan het script van ‘Kuhle Wampe’.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: