I confess

28 februari 2015

Niets is gênanter dan te moeten bekennen dat je schrijver bent.

‘Als ik, naar mijn beroep gevraagd, moet toegeven dat ik een schrijver ben, komt het tot een gesprek over poëzie,’ aldus Hans Magnus Enzensberger in een dagboeknotitie over de gevolgen van zijn outing tijdens een reis door de Sovjet-Unie, 1966.

Dat valt nog mee tegenover wat Robert Walser overkomt als hij in Berlijn (1915), op zoek naar een kamer, bij mevrouw Wilke informeert of hij zijn intrek kan nemen in haar huis.

‘”Wat bent u?” vroeg de dame. “Schrijver!”, gaf ik ten antwoord. Zwijgend verwijderde zij zich.’

Zo zie je maar wat ervan komt.

Je kunt maar beter Bach dan Bachmann zijn. Werkelijk, niets is gênanter dan te moeten toegeven dat je schrijver bent. Maar door het op te biechten, ben je het bijna al niet meer.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: