De stenen matras van Mark Twain in Berlijn

6 februari 2015

Ook Mark Twain, toen al een vijftiger, was onder de indruk van de ruimtelijkheid van Berlijn. Niemand dromt er, en nergens anders zijn er zulke kaarsrechte straten, dweepte de Amerikaanse successchrijver, die in de winter van 1891 in Berlijn aankwam en er met zijn vrouw Olivia, incluis drie dochters, enkele maanden bleef, in een appartement in de luidruchtige Körnerstrasse (‘Slumland’ volgens Twain, een straat waar halfgeklede vrouwen de hele dag uit de vensteropeningen hingen).

De Körnerstrasse was (en is) een straat die parallel loopt met het noordelijke uiteinde van de Potsdamer Strasse, buurt Tiergarten, maar toen (en ook nu) niet de luxueuze kant. Eigenlijk had Olivia het appartement gehuurd. Er moest gespaard worden, want Twain had in Amerika zijn fortuin geïnvesteerd in een nieuw soort zetmachine die een fiasco bleek te zijn. Ook zijn eigen uitgeverij, Charles Webster & co., draaide vierkant. Maar echt aan de grond zal Twain wel niet gezeten hebben, anders was hij niet verhuisd van de Körnerstrasse naar het chique Hotel Royal, Unter den Linden, met uitzicht op de Reichstag en de Siegessäule, die toen nog op het Königsplatz stond.

Twain huurde in de Körnerstrasse nummer 7 een ‘Wohnung’ (in Duitsland is dat een appartement) op de eerste verdieping, vijf kamers, met waterafvoer voor de badkuip (niet vanzelfsprekend destijds). De lampen werkten op gas, er was nog geen elektriciteit. Het huurhuis was destijds vrij nieuw. Het was gebouwd kort nadat de Körnerstrasse in 1862 in het kader van het stedelijk verruimingsplan van James Holbrecht was ontstaan. Het huis had vier verdiepingen. Op de binnenplaats bevonden zich een kippenstal en een duiventil.

Mark Twain was niet erg ingenomen met het onderkomen in de Körnerstrasse. Hij beschreef het in ‘On Renting A Flat in Berlin’, een hilarisch stukje dat pas twintig jaar na zijn ontstaan – en dan nog maar als fragment – werd gepubliceerd in de Twainbiografie (1912, New York) van Albert Bigelow Paine. Twains artikel was waarschijnlijk bedoeld voor publicatie in de ‘Chicago Daily Tribune’, maar zover kwam het niet omdat Twains gegeneerde vrouw de verschijning verbood.

In het stukje klaagt Twain ook over de kwaliteit van de matrassen, over hun ‘ascetische hardheid’: ‘Misschien waren ze heel goed, maar ze deden me er altijd aan denken hoe het is om op een steenlaag te slapen.’ De matrassen werden door de verhuurder weliswaar vervangen, maar het was slechts ‘een wisseling van kalksteen met graniet, van graniet met steenslag, en bracht geen echte verbetering’. Mark Twain was op een goede matras gesteld, ook omdat de auteur van ‘Huckleberry Finn’ bij voorkeur tussen de lakens schreef.

De Körnerstrasse, die in de buurt van het Anhalter goederenstation lag, was volgens het dagboek van Twain ‘ongetwijfeld de luidste op aarde’, zodat het gezin volgens het dagboek van de schrijver er zijn goede luim bij inschoot. Het appartement zelf was gemeubileerd, maar de tafels en stoelen waren krakkemikkig. Voor het gebruik van het zilverbestek moest het gezin een supplement betalen.

Twain, die eigenlijk Clemens heette, meende dat hij in Berlijn de enige was met die naam, zodat de postbode hem zonder probleem zou kunnen vinden. Maar uit het adresboek van Berlijn (1892), dat Andreas Austilat in zijn informatieve en uitstekend geschreven ‘Mark Twain in Berlin’ (be.bra verlag) heeft opgevist, blijkt dat er in de Duitse hoofdstad achtenveertig Duitse gezinshoofden Clemens heetten. De Körnerstrasse huisvestte een maatschappelijke mix: een vishandelaar, twee machinisten, tal van ambtenaren en officieren en zelfs een bankier.

Ondanks alle ongemakken (geen goede vulpennen, geen goede schrijfmachines, geen rubberen zolen) hield Mark Twain van de Duitse hoofdstad: ‘Ik geloof dat er niets op de wereld is wat je in Berlijn niet kunt leren, behalve de Duitse taal.’

Toen Twainbiograaf Albert Paine twintig jaar later de straat bezocht, constateerde hij dat het huis nummer 7 verdwenen was. Er stond een rood bakstenen gebouw van de Deutsche Reichspost, die er een telefoon- en telegraafkantoor had ingericht. Dat gebouw heeft de oorlog overleefd en is nog altijd intact.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: