Het raadsel van de compressie

7 januari 2015

Ik heb nog altijd niet achterhaald waarom geslaagde literaire verdichtingen, die ik liever compressies noem, altijd opnieuw zoveel indruk op me maken. Misschien omdat ze de hartslag van de literatuur vormen? Nee, dat kan het niet zijn, daarvoor zou die hartslag te onregelmatig zijn. Waarom imponeert de compressie me? Wellicht omdat er zoveel potentie van uitgaat, energie, gebalde kracht, het vermogen van een oerknal. Misschien omdat ikzelf in een gecomprimeerde vorm – bijvoorbeeld als spier – meer zou kunnen betekenen dan in mijn huidige gestalte, die uit een versnippering van gebaren bestaat? Wellicht blijft het een raadsel. In elk geval ben ik onder de indruk van een compressie in ‘De elzenkoning’ van Michel Tournier, waarin op 8 maart 1938  het rumoer van honderdvijftig internen in de refter van een internaat in Beauvais uit eigen beweging  aangroeit omdat elke leerling de andere probeert te overstemmen om zelf verstaanbaar te blijven: ‘Wanneer het kabaal, tot volle wasdom gekomen, als het ware een blok van geluid vormde dat het enorme vertrek precies vulde, deed een surveillant het met een enkel snerpend fluitsignaal ineenstorten.’ Vervolgens is er in een hoek weer wat gefluister, een doorbrekende lach, een netwerk van tonen die de opmaat vormen van een nieuwe cyclus, een machtige golf van stemmen die door een nieuw fluitsignaal wordt gebroken. Behalve een verdichting is die compressie ook een paradox: het skelet van een implosie.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: