Een tafereel

31 december 2014

In de trein, tussen Leipzig en Hannover. Tegenover mij een jonge vrouw, niet ouder dan vijfentwintig, die na een half uurtje sporen in haar plastic tas grijpt. Ze haalt er een pluchen beertje uit dat ze omzichtig op haar rechterborst legt, het hoofdje ter hoogte van haar sleutelbeen. Het dier kleeft aan haar lichaam als een harig kind. Even later haalt ze een dekentje uit de tas waarmee ze het beestje zorgvuldig indekt, zodat alleen het hoofdje boven de wollen rand uitsteekt. Ik ben even zeer onder de indruk van de zorg als van de zelfverzekerde blik en de gebaren van de vrouw. Geen zweem van gêne. Eerder dan de scène onnozel te vinden, denk ik: deze vrouw is ondanks haar gehechtheid aan een illusie vrij. Maar in dat vertrouwen word ik geschokt door de bruuskheid waarmee de vrouw even later het diertje bij de keel grijpt, het in haar tas gooit en van het dekentje een prop maakt waarmee ze het beertje als het ware de mond snoert. Het is alsof ik geen lucht meer krijg.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: