Kafka of ‘Hans im Glück’

25 juli 2014

Het bekronen van altijd dezelfde beroemde schrijvers is een uiting van extreem conformisme. Op de keper beschouwd bekronen de prijsverleners zichzelf. De kroon op het hoofd van de bekroonde belichaamt immers de hunkering van het jurylid naar eigen roem en erkenning. Het jurylid wil voor het prijzen geprezen worden.

Voor wie onverwacht wordt bekroond is de schok des te groter. In 1983 kreeg Imre Kertész een eerste literaire prijs in Hongarije. Kertész: ‘Voor mij was dat een schokkende aangelegenheid, ik was niet gewend om mijn werkstukken, die ik tot dan toe als onaantastbaar beschouwd had, door literatuurprijzen in twijfel getrokken te zien worden. Ik was bijna beledigd’ (Proces-verbaal). Op ongeveer dezelfde manier reageerde Bruce Chatwin toen zijn Aboriginal-boek De gezongen aarde bij het verschijnen in 1987 een groot succes kende: ‘Toen het nummer één werd op de bestsellerlijst, kreeg mijn zelfvertrouwen een deuk. Was ik dan uiteindelijk toch beland tussen de pulpschrijvers?’ (Kevin Volans’ in Wat doe ik hier).

Franz Kafka, die tijdens zijn leven zeker geen onbekend schrijver was, kreeg nooit een literaire prijs. In 1915 werd de schrijver Carl Sternheim, een miljonair, met de Fontaneprijs onderscheiden op voorwaarde dat hij het prijsgeld van 800 mark aan Kafka zou overmaken. Kafka was beledigd omdat de uitgever die hem het nieuws meedeelde uitsluitend met de financiële voordelen uitpakte, zonder enige waardering voor zijn werk op te brengen. Wegens het geld dat hem werd toegestopt, werd Kafka door de bekroners de ‘reine Hans in Glück’ genoemd. Dat stemde de schrijver zo bitter dat hij door zijn vrienden overgehaald moest worden om het prijsgeld, dat hij goed kon gebruiken, te aanvaarden.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: