De aanloop, niet de sprong

19 juli 2014

Kafka is geïnteresseerd in de aanloop, niet in de sprong. De mislukte sprong is het bewijs van de geslaagde aanloop. Er is misschien een proef die deze hypothese bevestigt. In zijn ‘Dagboeken’ (1910) varieert Kafka het thema van zijn mislukte opvoeding in een serie notities met openingszinnen die als druppels water op elkaar lijken. Alle openingszinnen van deze serie zijn aanlopen die de diepe sporen van de eerste aanloop vertonen, ook de openingszin van de laatste variant: ‘Ik overleg het en laat mijn gedachten hun loop zonder me in te mengen, maar altijd kom ik tot dezelfde conclusie dat mijn opvoeding me meer bedorven heeft dan alle mensen die ik ken en meer dan ik begrijp.’

Deze aanloop wordt in vijf voorafgaande notities – nu eens wat korter, dan weer wat langer – met dezelfde inhoud gevarieerd. Als je de variaties vlak na elkaar leest gaan ze lijken op een blaasbalg die een onzichtbaar vuur aanwakkert. Daarom lijkt het Kafka te gaan: om het smeulend vuur dat telkens weer oplaait. Je zou ook kunnen zeggen dat het oeuvre van Kafka uit een worsteling van aanlopen bestaat, of uit het vuur dat uit de gloei van hun wrijvingen ontstaat.

Dit alles doet me denken aan de woorden van een celliste, die ik eens aansprak over de dagelijkse gewoonte van Goethes vader om zijn luit op te bergen zodra hij ze had gestemd. Ik moest lachen om het systematisch afbreken van die aanloop, maar ze corrigeerde me door te wijzen op het welbehagen dat met het stemmen van een instrument gepaard kan gaan.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: