Station Grunewald

16 februari 2014

Op geen andere plek ter wereld zie en voel ik de tijd zo vibreren als in het station van Grunewald. In de buurt van spoor 17, waar de treinen wachtten die de joden in de dood transporteerden, staat een gebouw – misschien een signaalhuis, misschien het huis van een spoorwegopzichter – dat er al in de jaren veertig stond. Hetzelfde gebouw staat op een oude foto die ik heb meegebracht. Het gebouw op de foto ziet er nu, zeventig jaar later, niet veel anders of ouder uit dan toen. Maar uit de confrontatie van het gebouw op de foto en het gebouw dat ik met eigen ogen zie, ontstaat een spanning die zich niet ontlaadt. Dat vibreren is voor mij het kenmerk van het Grunewaldstation. Het sterkst voel ik dat trillen in de zomer, als de vogels kwetteren en als voor het station de appels in de fruitkramen glanzen, terwijl de gasten op de terrassen een slok nemen. Er is te veel van het niets dat ik niet kan zien. Ik voel de halsstarrigheid van de dingen die voor elkaar niet willen wijken en toch niet kunnen blijven waar ze zijn. Ik houd het er nooit lang uit. Niets strookt er met de werkelijkheid die ik wil formuleren. Niets valt er te vatten, het niets heeft er geen betekenis. Omdat er geen gedachte is, is er ook geen diepte voor.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: