Een sluitsteen

16 december 2013

http://www.cuttingedge.be/boekenstrips/piet-de-moor-lettergrepen

In ‘Stuifmeel uit Midden-Europa’, zijn recensie van ‘Lettergrepen’, bekritiseert Wim Huyghebaert in ‘cutting edge’ de passus waarin ik mijn kleine anthologie van de kiespijn (Boswell, Flaubert, Dostojevski, Andersen) op p. 48 presenteer. Ik som daarin een aantal schrijvers op die iets zeggen over hun tandpijn. De recensent merkt op dat ik in dat stukje vruchteloos op zoek ben naar een persoonlijk perspectief, en dat ik daardoor geen meerwaarde schep. Dat argument valt niet zomaar weg te wimpelen.

In Milan Kundera’s essay ‘Het doek’ stuitte ik nu op een passus die bij machte is mijn kiespijnanthologie een postume hartslag te geven.

In Kundera’s essay ontmoeten Homerus en Cervantes, twee schrijvers die in ‘Lettergrepen’ obsessioneel present zijn, elkaar in een paragraaf die uitgerekend over tandpijn gaat.

Kundera: ‘Homerus komt niet op het idee zich af te vragen of Achilles en Ajax al hun tanden nog wel hadden na hun vele gevechten van man tegen man. Voor Don Quichot en Sancho Panza zijn tanden daarentegen een voortdurende bron van zorgen, tanden die pijn doen, tanden die ontbreken.’ En dan wordt Cervantes bij monde van Don Quichot door Kundera geciteerd: ‘Want weet je, Sancho, […] een kies moet men nog veel hoger schatten dan een diamant.’

Prachtig. Dat ontbrak er nog aan: een tand als een diamant die tevens de sluitsteen is van mijn huis dat nu een dicht dak heeft.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: