Russen in Berlijn

19 augustus 2013

Zowat één keer in de maand gebruik ik op zondagnamiddag koffie bij Reinhard’s, het restaurant-café op de hoek van Kudamm (geen koeien, wel gekortwiekte keurvorsten) en Fasanenstrasse, een filiaal van Kempinski. Dat drinken is een aderlating.

Naar Kempinski ga ik als ik het beu ben Duits te horen. Iedereen spreekt er Russisch, de kelners nog het meest. Alleen in Baden-Baden is het nog erger. ‘Robota,’ hoor ik de waiter zeggen als er weer eens een lading Moskovieten zijn dorst in Veuve Clicquot komt smoren.

De Russische mannen zijn getatoeëerd, in tegenstelling tot hun vrouwen die nog veel ruimte bieden. Als schrijver heb je nu eenmaal een oog voor onbeschreven bladen. Ze ruiken alsof de muscus onverdund in je neusgaten wordt gespoten.

Wat kom ik daar bij Reinhard’s doen? Kijken natuurlijk, en luistervinken naar al die klanken, die eruitrollen als boter bij de vis. Russisch is een prachtige taal, alleen jammer dat ze door Russen wordt gesproken. Ik val niet eens uit de toon met mijn jeansvestje, buiten onder de luifels op het terras, wel met mijn eclair die amper besteld als de bliksem op mijn tafel verschijnt. Spasibo.

Het is namiddag, maar de lampions lichten al op. Het parket is zo blank geboend dat je schrikt van je eigen spiegelbeeld als je vooroverbuigt, maar waarom zou je dat doen? Op weg naar de toiletten stuit je op kunstwerken die je thuis zelfs niet ingemetseld zou durven etaleren. De pissoirs zijn gratis en zo proper dat beschaafde mensen de neiging hebben terug te deinzen. Niet de Russen dus, die mikken er maar op los.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: