Vanzelfsprekend

21 juni 2013

In Berlijn ben ik een legende, niet wegens mijn talenten, die niemand kent, maar wegens mijn niesbuien, die homerisch zijn. Ze dwingen tot ver uit de buurt bewondering en respect af, nog het meest van de oude mevrouw Starzonek boven me, die er helemaal van is opgefleurd. Laatst vroeg ze me waar ik de moed, de kracht, de lucht en de regelmaat vandaan bleef halen.

Toen ik daarnet de droge lakens in mijn slaapkamer probeerde op te vouwen, werd mijn niesbui, vijf meter lager, buiten, op straat, onderschept door een passant die – zeker een stem die op zoek was naar een band – ‘Gesundheit’ riep.

Daarmee was mijn eenakter gedoemd om een sketch te worden. Zonder aanzien van de persoon gooide ik door het vliegenraam een blindgeboren ‘danke’ in de heldere dag.

De passant moest al wat verder gevorderd zijn, want het ‘bitte’ hoorde ik nu al zonder grint in de stem, die zich van haar wandelende oorsprong had losgemaakt. Ze was al helemaal vanzelfsprekend, die stem.

Advertenties

Veiling

20 juni 2013

Dit jaar zijn de tomaten in Brazilië duurder dan in Alaska.

Zin

20 juni 2013

Obama gaat de geschiedenis in als de eerste Amerikaanse president die in Berlijn geen zin uitsprak die de geschiedenis in zal gaan.

Moridianen

19 juni 2013

‘Ga uit mijn zon,’ zou Diogenes tot Alexander hebben gezegd. Dat geloof ik niet. Wellicht zei hij: ‘Ga uit mijn licht.’

De wolk is de sublimatie van de vlek die aan de oorsprong ligt van de schilderkunst: de materie en haar vervluchtiging.

Barack Obama heeft de raad van John F. Kennedy opgevolgd. Omdat hij thuis op één hand, in Berlijn echter op twee handen gedragen werd, adviseerde Kennedy elke politicus die de gunst van het publiek had verloren en niet wist hoe het verder moest: ‘Ga naar Berlijn.’

Oostende

18 juni 2013

Charlottenburg. Via de Wielandstrasse noordwaarts. Langs het Walter-Benjamin-plein. Het stroboscopische plein werpt me terug op de koninklijke zuilen van Oostende die de oceaan in moten hakken. Passages, colonnades. Maar te naakt en te streng is dit Berlijnse stenen raster voor de vlinderende geest van Benjamin.

Ik heb geen hoop in de Krumme Strasse – die straat vol verleiding en gevaar – nog sporen aan te treffen van de adressen die de kleine Walter Benjamin omstreeks 1900 hebben geboeid. De ziel van het afgeleefde is gestorven: de stedelijke leeszaal met zijn ijzeren gaanderijen; de winkel met schrijfwaren en de Nick-Carter-boekjes als dekmantel van de donkere schoot waarin de buit van de aanstootgevende geschriften lonkt.

Niets van wat Benjamin in zijn ‘Berliner Kindheit um 1900’ beschrijft, is bewaard gebleven. Niets? Ik bereid me op een finale teleurstelling voor als ik na het dwarsen van de Zillestrasse de op een punt toelopende draad van de Krumme Strasse haast helemaal heb opgerold. Plots een rode bakstenen muur. Een schok. Dit is zowaar de ternauwernood aan de slopershamer ontsnapte gevel van het stedelijke zwembad, voltooid in 1898, dat Benjamin met zo veel gemengde gevoelens heeft gefrequenteerd.

De kleine Benjamin verheugde zich over elke waterverversing, omdat dan het bordje ‘tijdelijk gesloten’ uitstel van executie bood. Maar hebben de grimassende snoeten van de zeeduivels die met hun roofgebit uit de façade springen de jongen niet de daver op het lijf gejaagd? Daarover geen woord. Het kabaal van de stemmen, dat zich met het bruisen van de leidingen vermengde, irriteerde hem nog het meest. In het bassin nam Benjamin afscheid van de bovenwereld, daalde af in de binnenste massa van het watergewelf: een koele borst van een schele godin die zijn bestaan daarboven uitwiste.

En in de Krumme Strasse van Berlijn sta ik plots op het stroboscopische strand van Oostende. Een diffuse golf van stemmen, hier en daar doorboord door de piek van een al te schelle kinderstem als een dolk door een tapijt.

State of the Union

17 juni 2013

Obama lijkt steeds meer op een Medvedev die op zoek naar zijn Poetin is.

Excuus

16 juni 2013

Na dertig jaar huwelijk kwamen Vladimir Poetin en Ljoedmila Poetina tot de slotsom dat hun huwelijk incompatibel was, niet omdat hun geslachtskenmerken onverenigbaar waren – ze hebben twee kinderen – maar omdat hij een man van de openbaarheid en zij de belichaming van de schuchterheid is.

Dat argument zou ik nog aanvaard hebben, als Ljoedmila er geen tweede reden aan toegevoegd had: ze vliegt niet graag. Een vreemd argument voor een voormalige air hostess.

In elk geval zie ik er een bekrachtiging in van mijn regel dat je nooit meer dan één excuus mag aanvoeren als je op een geloofwaardige manier aan een vervelende afspraak of verplichting wilt ontkomen. Elk bijkomend excuus maakt een leugenaar van je.

Google

15 juni 2013

Apple, Facebook, Google: de Amerikaanse internetgiganten storten zich als vampieren op hun klanten. Ze zuigen ze uit, conserveren hun bloed om het algoritmisch in de commerciële circuits te pompen en brieven hun DNA over aan de Amerikaanse geheime diensten. Hypocriet beweren ze dat ze geen directe medewerking geven aan de NSA, alsof het voor het slachtoffer enig verschil uitmaakt of het thuis via de voor- of achterdeur wordt overvallen. Voor wie er spijt van heeft dat hij naïef is geweest, is er de bestaande Europese zoekmachine ‘ixquick’, die binnenkort uitpakt met een eigen e-maildienst. Ze belooft privacy, wat we geloven zolang het tegendeel niet is bewezen. Wat een opluchting: bye, bye Google, voor de helft ben ik al weg. 

Der Sinn der Sache

14 juni 2013

Toen ik maandag kort na de middag bij de kapper in Zehlendorf aanklopte werd ik door een van de kapsters getaxeerd. Ze riep me toe: ‘Gleich geht’s los.’ Alsof ik een wereldreis in haar gezelschap ging maken. Ze was jong, zoals de meeste vrouwen die ik op mijn leeftijd tegenkom.

En toen het ‘los’ ging, werd ik getrakteerd op een lang verhaal over de nieuwe ebonieten kam die ze nog maar net had gekocht, die tien euro had gekost en die ze nu op mij uitprobeerde. Ik zat daar als een proefkonijn dat ze van onder een laken tevoorschijn had getoverd. Over de oude kam, die zijn tanden had verloren, vertelde ze alsof ze het gebit van een vals familielid had begraven.

Toen ze vroeg of alles naar wens verliep, bevestigde ik dat met een: ‘U bent de deskundige, doe maar op. Het grijs moet weg.’ Waarop ze als een volleerde filosofe repliceerde met een: ‘So! Das ist der Sinn der Sache!’

Maar dat de zaak een diepere zin gehad zou kunnen hebben, leek me uitgesloten toen ze een beetje later de vloer aanveegde met wat van me overbleef.

Gisteren werd de eerste steen gelegd voor de reconstructie van het Hohenzollernslot in Berlin Mitte. Een reactionaire coup, die de voorstanders bemantelen met de naam van de gebroeders von Humboldt, alsof Aufklärung en antimodernistische kitsch ooit met elkaar verzoend kunnen worden. De propagandisten weten zelf niet hoe ze het stenen monster moeten noemen, een verlegenheid die zelfs de titels van hun brochures verraden. Een van die brochures heet ‘Das Humboldt-Forum’. Een andere prospectus is getiteld: ‘Stimmen zum Berliner Schloss – Humboldtforum’. Een derde brochure heet omslachtig: ‘Das Berliner Schloss wird zum Humboldtforum’.

De Berlijnse krant ‘Tagesspiegel’ legde in haar editie van gisteren de vinger op de wonde: het Berlijnse praalslot diende in de loop van de tijd alleen maar om de onderdanen te intimideren en om de machtsaanmatiging van de Hohenzollern tegenover hun Europese collega’s te bekrachtigen.

En nu verrijst in het hart van Berlijn een kopie van dat reactionaire wereldbeeld en bouwt Berlijn zijn toekomst in het zand van een voor altijd verleden tijd. Het slot vermorzelt de stad, schuift er een grendel voor, ondermijnt het herwonnen zelfvertrouwen van de republiek. Geen wonder dat Bondskanselier Angela Merkel demonstratief van dat spektakel is weggebleven. Een in de toekomst gerichte republikeinse politiek heeft niets te zoeken in een spookkasteel waarin de geest van de kitschkeizer Wilhelm II weer tot leven wordt gewekt.

Overigens, vanaf de oprichting van het allereerste bolwerk, waarvoor in 1443 de eerste steen door Friedrich II, bijgenaamd Eisenzahn, werd gelegd, hebben de Berlijnse burgers storm gelopen tegen de burcht op het Spree-eiland. De oorspronkelijke inwoners van Cölln en Berlin wilden geen slot, ze sloten zich samen in een actie die de geschiedenis als de ‘Berliner Unwille’ in zou gaan, ze saboteerden de werkzaamheden door de sluizen open te draaien en de fundamenten onder water te laten lopen, een rebellie die hun duur te staan zou komen.

Geen wonder dat de Berlijners zich massaal en vol degout afkeren van het slot. Van kale muren met graffiti hebben ze hun buik overigens meer dan vol.