Een gouden lepel in de Grossbeerenstrasse

25 juni 2013

‘Heb ik in huis,’ riep in mijn oor Dirk Borutta, die in de Grossbeerenstrasse nummer 50 een interessant antiquariaat bestiert. Ik had hem gebeld om te informeren of hij de roman ‘Der goldene Löffel’ (1989) van Chaim Noll (°1954) nog in voorraad had. Ik stond perplex: die man moest wel een vleesgeworden inventaris zijn. Dus ik op weg, vrolijk, zonder paraplu, want de bui was mals en ik hard genoeg om ze in mijn voordeel te ondergaan. Met een juwelier heeft Borutta althans één ding gemeen: zijn zaak is transparant (glas) maar altijd op slot. Je kunt niet aanbellen, je moet aankloppen.

Meteen waren we verwikkeld in een boeiend gesprek dat tot sluitingstijd zou duren: over de vader van Chaim Noll (1927-2008), die een hoge schrijver-functionaris was in de DDR, beroemd wegens één boek, dat in de Oost-Duitsland twee miljoen keer gedrukt zou zijn: de oorlogs- en ontwikkelingsroman ‘Die Abenteuer des Werner Holt’ (1960/63), verplichte schoollectuur destijds. Werner Holt: als soldaat twijfelend aan de zegeningen van het Derde Rijk, na de capitulatie (de bevrijding?) overtuigd socialist in de DDR. Dieter Noll maakte dissidenten als Wolf Biermann, Stefan Heym en Rolf Schneider uit voor rotte vis (‘kaputte Typen’).

Maar zijn zoon Chaim had geen begrip voor de stalinisten en zei de DDR in 1984 vaarwel. Ach, de vaders en de zonen. ‘Der goldene Löffel’ is Chaims Nolls visie op de feiten ‘drüben’, zoals het leven aan de overkant van de Muur door de West-Berlijners geografisch precies werd gefixeerd.

In ons gesprek ontpopte Dirk Borutta zich niet alleen tot een kenner van de DDR-literatuur, maar ook van de succesromans die in de DDR door de DEFA verfilmd werden. Hij adviseerde me de anti-oorlogsfilm ‘Ich war neunzehn’ (1968) van Konrad Wolf (de broer van de DDR-‘meesterspion’ Markus Wolf) en vanzelfsprekend ook de verfilming van Dieter Nolls genoemde roman door Joachim Kunert (1965).

Dieter Nolls zoon Chaim Noll leeft inmiddels in de Negevwoestijn. Zijn essays en romans publiceert hij echter nog altijd bij de Berlijnse uitgeverij Verbrecher Verlag (2012: ‘Kolja. Geschichten aus Israel’) in de Gneisenaustrasse 2a, waar ook de heerlijke, anarchistische boekhandel ‘Schwarze Risse’ op de tweede binnenplaats gevestigd is, op een boogschot van Borutta’s zaak.

Van mijn twintig euro kon Dirk Borutta niet teruggeven. ‘Neem maar mee,’ zei hij, en schrijf die zes euro maar eens over.

Dat was dus mijn dag deze namiddag in de Grossbeerenstrasse, eigenlijk ook een oorlogsstraat aan de voet van de Berlijnse Kreuzberg, die echter een echte heuvel met krijgsmonument is: het Berlijnse Waterloo, zeker de voorbode ervan (1813), door de natuur gevormd, een van de Tempelhoofse bergen, kreunend onder een gietijzeren kroon in die malse regen. Victoria.

Advertenties

Eén reactie to “Een gouden lepel in de Grossbeerenstrasse”

  1. Els Snick said

    Breng je die man niet een keer mee naar Gent?

    Like

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: