Hompen

4 juni 2013

Het uitstekende stuk (‘Ze moet er even over nadenken’) van Sanneke van Hassel over Lydia Davis gelezen (NRC Handelsblad van vrijdag 31 mei). Daarin vind ik mijn hele theorie terug dat de roman het als genre heeft gehad, tenzij het aan de criteria beantwoordt die Van Hassel naar mijn gevoel intuïtief aanhaalt. Maar als genre dat je jezelf als taak oplegt straalt de roman doorgaans alleen nog moeheid en uitputting uit, tenminste als dat condities zijn die nog iets kunnen uitstralen. Van Hassel: ‘Bij sommige romans denk ik na een pagina of dertig: ik geloof dat ik wel weet waar de schrijver het met mij over wil hebben en wat hij wil beweren.’ Correct natuurlijk. Veronderstelt de zwanenzang van de roman nu de definitieve opgang van het korte verhaal of de novelle? Dat zou ik niet durven te beweren. Alweer ben ik het eens met Van Hassel: ‘Vrijwel al Davis’ verhalen getuigen ervan hoe we met taal een werkelijkheid creëren. In zijn controversiële essay “Reality Hunger” stelt Davis-liefhebber David Shields dat de klassieke roman een vrij gesloten vorm is die geen meer recht doet aan de hedendaagse beleving van de werkelijkheid. Shields prijst literatuur die “chunks of reality” presenteert. Davis kiest voor een vorm en een lengte die past bij haar onderwerp.’ Ja, zo moet een schrijver vandaag te werk gaan: hij kiest niet voor een genre, maar vindt er elke dag een uit tot er geen meer is. Vervang in het volgende citaat de woorden ‘korte verhaal’ door ‘chunk’ of ‘homp’, dan slaat Van Hassel alweer spijkers met koppen als ze schrijft: ‘Juist het korte verhaal is geschikt voor experiment. Aangezien een schrijver van dit genre niet per se te maken heeft met ambachtelijke zaken als spanningsboog en ontwikkeling, kan hij elke ingeving serieus nemen en op scherp stellen.’ Hoe waar!

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: