Kleur

1 juni 2013

Altijd opnieuw hoorde ik overal fluisteren dat je nooit aan jezelf ontsnapt, nog het minst als je je verplaatst, want in de kooi der verplaatsing is er geen minst of winst. Zo werd ik in het dorp geplaagd door de angst dat er bij gebrek aan verlies niets meer te winnen viel. Ik: de brandkast van mijn eigen slijm, zonder toedoen opgehoopt, verkleefd, gekleefd in het spoor, het spoor nooit bijster. Ongelukkig omdat ik wist wat ik deed. Altijd opnieuw hoorde ik dat je ook in den vreemde ā€“ het andere land waarin we ellende horen ā€“ jezelf niet ontloopt. Waarom die botsing dan riskeren? Maar terwijl ik mijn koffers pakte, weg van het land dat me met zijn zware wolken, vrouwen en bieren neer- en terneerdrukte, was het aankomen al aangebroken, mijn botten schuimend van het onbekende, dat me vertrouwd voorkwam: de metropool als het mondstuk dat me broodnodig ontbrak. Eindelijk regelde ik mijn temperatuur door ze te meten. Niets dan gebrek aan koorts had me al die tijd verkild. Het hamsteren van kringloop had me verlamd. En alleen al door de gedachte dat het vuurvaste uit dansende vlammen is gesneden kreeg ik bij nacht en ontij kleur.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: