‘No, that’s mine!’

16 mei 2013

Lectuur van a) ‘Gegen de Strom’ (Beck), een uitermate boeiende terugblik in gespreksvorm tussen twee generaties, de (‘groene’) politicus Joschka Fischer (°1948) en de naar Amerika uitgeweken Duitse historicus Fritz Stern (°1926) en b) ‘Der Briefwechsel’ (Steidl) tussen Willy Brandt (°1913-1992) en Günter Grass (°1927). Interessant is de overeenstemming van de waarneming: de triomfale kiesoverwinning van Willy Brandt in 1972 als cesuur, als het ware einde van Hitler, als de tweede stichting van de Bundesrepublik. De stichters van de ware Bondsrepubliek zijn de jonge mannen die men aan het einde van de oorlog nog snel in een uniform heeft gestoken: Egon Bahr, Rudolf Augstein, Helmut Schmidt, Günter Grass…

Coïncidentie: ik lees treffende overlappingen in de jeugdherinneringen van politici en schrijvers die tot dezelfde generatie behoren, bv. Joschka Fischer en F. C. Delius. Joschka Fischer heeft het over de gesneuvelden van de Tweede Wereldoorlog, jongens ‘van wie de foto’s in bijna elke woonkamer op de commode stonden, deze bleke jonge mannen in Wehrmachtsuniform’. De iets oudere schrijver F. C. Delius (°1943) memoreert ze in zijn novelle ‘De zondag waarop ik wereldkampioen werd’ (Van Gennep): ‘Overal stond wel een gesneuvelde zoon, vader of broer in een pijnlijk geworden uniform ingelijst op een gehaakt kleedje verwijtend naar de kruimeltaart op de bordjes van de nabestaanden en hun bezoek te kijken.’

Terug naar ‘Gegen den Strom’. Interessant is de these van Joschka Fischer: het verdrag van Versailles was niet hard genoeg. De reactionaire krachten in Duitsland kregen opnieuw de kans om overeind te krabbelen. Als ik me goed herinner heeft Golo Mann in zijn herinneringen (‘In de schaduw van de tovenaar – Een jeugd in de Duitse storm’, privédomein, 1993) dezelfde stelling verdedigd. De macht van de beslissende Duitse elites werd door Versailles niet gebroken.

Ten slotte een bittere grap van Fritz Stern over Chamberlain, die in München 1938 triomfantelijk met de papieren vrede naar Londen terugkeert. Een paar Duitse diplomaten feliciteren Chamberlain bij de afreis en vragen hem of hij zijn paraplu niet als herinnering in München in bewaring wil geven. Een geschrokken Chamberlain: ‘No, that’s mine!’

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: