Berlinales

12 mei 2013

In elk district van Berlijn tref je een Berliner Strasse, een Potsdamer Strasse, een Knesebeckstrasse, een Goethestrasse en een Handjerystrasse aan. Wie de helft van de Berlijnse straten kent, kent ze allemaal. Wie er slechts een kwart kent ook. Dat is nu een van de wonderen waar Berlijn het patent op heeft, een gevolg ook van de vorming van Groot-Berlijn in oktober 1920, en ook wel een gevolg van het verdwijnen van de Muur. In de tijd van de Muur belandde je vanuit West-Berlijn ofwel in Oost-Berlijn ofwel in Oost-Duitsland. In welke windrichting je je vanuit West-Berlijn ook bewoog, altijd kwam je in het oosten terecht, nog het meest van al als je naar het westen ging, want ten westen van West-Berlijn was er meer Oost-Duitsland dan ten oosten ervan.

In de kramen aan de kant van de weg kan ik ze eindelijk kopen: de verlate asperges uit Beelitz. Ik schil, kook en eet ze dagelijks: mijn jaarlijkse aspergekuur, want op 24 juni, ‘Johannestag’, is het weer uit voor een jaar. Ik ga dus gelijk op met Samuel Pepys, die in 1662 het aspergeseizoen in Guildford viert door asperges te steken en ze ’s avonds op te eten, ‘en ik heb in mijn leven nooit betere gegeten, behalve vorig jaar in hetzelfde eethuis’.

Stadsgenote Nicky schrijft me: ‘Wist je dat ze speciaal voor de tachtigste verjaardag van de boekenverbranding de glazen plaat van de verzonken bibliotheek (op het Berlijnse Bebelplein, P.) eindelijk vervangen hebben, zodanig dat je opnieuw kunt zien wat er niet te zien is?’ Op zulke zinnen ben ik dol.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: