Anhalter Bahnhof, niet vanuit café Stresemann

21 maart 2013

Café Stresemann, ondergebracht in het Deutschland Haus op het Askanische Platz, is helaas al weken dicht. Renovatie. Sinds mensenheugenis heb ik dat ietwat morsige café met zijn krakende trappen gefrequenteerd. Ik zat er graag te staren naar het Anhalter Bahnhof, of wat er nog van overblijft: een hoektand in een mond waarvan het gebit is weggeblazen. Hier, vanuit de Berlijnse ‘poort naar het zuiden’, vertrokken vóór de oorlog de treinen naar Dresden, Praag en Triëst (vanwaar de reis met het luxeschip naar Alexandrië, richting Kaïro, kon worden voortgezet).

Honderd jaar geleden stapte hier op 21 maart 1913 om 22.30 u, omstreeks de tijd dat ik dit stukje schrijf, een slanke man met zwarte haren in de stationshal uit de trein. Hij was bijna dertig jaar. Via de Königgratzer Strasse, nu de Stresemannstrasse, begaf hij zich naar het naburige hotel Askanischer Hof. ’s Morgens had hij nog vanuit Praag een telegram gestuurd naar de vrouw met wie hij sinds augustus vorig jaar een drukke correspondentie onderhield en met wie hij hier afgesproken was: een vrouw naar wie hij wellicht verlangde, maar die hij misschien toch liever in andere omstandigheden weer fysiek had ontmoet. ‘Nog altijd onbeslist,’ had hij haar ’s morgens vanuit zijn woonplaats in Praag getelegrafeerd. De ochtend van zijn geplande vertrek wist hij nog altijd niet of hij werkelijk zou gaan.

Op 16 maart had de man aan de vrouw nochtans in een brief gevraagd of ze met Pasen misschien een uurtje tijd voor hem kon vrijmaken. De vrouw was op dat voorstel ingegaan. Daarna had de man vanuit Praag een batterij brieven naar Berlijn gestuurd waarin hij haar meedeelde dat er misschien toch nog hindernissen konden opduiken waardoor zijn reis in het gedrang zou kunnen komen. Uiteindelijk vertrok hij toch naar Berlijn. Maar bij zijn aankomst in het Anhalter-station stond niemand hem op te wachten.

De volgende dag, Pasen, belt hij de vrouw op om haar te zeggen dat hij om vier uur weer naar Praag vertrekt. Ze komt. Het is de eerste keer sedert hun Praagse ontmoeting in de zomer van vorig jaar dat ze elkaar weerzien. Ze wandelen samen in Grunewald en zitten een tijdje op een boomstam naast elkaar. De ontmoeting is kort. Dan verlaten ze elkaar. Misschien heeft de man de vrouw op het laatst omhelsd, want hij vermeldt later de geur van haar hals. Vanuit zijn hotel belt hij haar nog één keer op, maar ze spreken niet meer af. De man blijft langer dan voorzien in Berlijn. In café Josty op het Potsdamer Platz ziet hij de Praagse kennissen terug met wie hij op 21 maart uit de Tsjechische naar de Duitse hoofdstad is gereisd. Dan vertrekt de man weer naar Praag.

Het beeld dat de man en de vrouw zich aan de hand van hun brieven van elkaar gevormd hadden was natuurlijk niet congruent met de sprekende mensen die ze in Berlijn waren. Zelfs met elkaar telefoneren is nog iets anders dan naast elkaar lopen. Afstanden dienen niet altijd om overbrugd te worden.

PS: Omdat café Stresemann gesloten was, heb ik thuis de foto’s bekeken die Margaret Bourke-White in de zomer van 1945 van het Anhalter Bahnhof heeft gemaakt. Honderden jonge mensen zitten op de sporen te wachten. Ze lachen, ze zwaaien naar de fotografe. De schaarse bagage is in kartons met touw verpakt. Het is zomer, de zon schijnt door het weggeblazen dak van de kolos, maar voor de rest geeft het station met zijn massieve pijlers en rondbogen de indruk dat het de bombardementen goed heeft doorstaan.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: