Zonder motief

20 maart 2013

Zoveel sneeuw en het Berggruen-museum is heropend, in mijn hoofd is dat al een schilderij, broccoli op een bed van rapen. Ik haast me om me aan de kleuren van Klee, Picasso en Matisse te warmen: Etretat zal nog huiveren, maar waarom zouden Nice en Saint-Raphael niet al stralen? In mijn rugzak 1933 van Philip Metcalfe, want het is een heel eind van de Sundgauer Strasse naar Charlottenburg. Maar kijk, in het museum val ik als een engel in Klee’s Im alten Stadtteil, Numero 33, een donker werk uit 1923: dat duistere huis met het nummer 33 lijkt alleen maar uit hakenkruisen te bestaan. Het hangt naast een ander werk van Klee, dat Galgenhumor heet. Als ik een uur later via de Otto-Suhr-Allee oostwaarts stap, kruis ik plots de Loschmidtstrasse, een verrassing: over die straat las ik vanmorgen dat ze begin vorige eeuw Rosinenstrasse heette en dat op nummer 3 een sociaaldemocratisch Volkshuis gevestigd was dat in 1933 gewelddadig werd ingenomen door de SA, die het een andere bestemming gaf: een concentratiekamp. Maar behalve een bord dat daaraan herinnert, valt er niets meer te zien, het pand is door de oorlog opgegeten. Is dat nu allemaal toeval, coïncidentie, een samenloop van omstandigheden? Om het even wat het is: ik weef almaar aan hetzelfde tapijt, en als ik er niet aan weef, weeft het aan mij. Mijn excuus dat ik geen motief heb, wordt niet aangenomen, erin verweven word ik toch.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: