Kabeltjesland

12 maart 2013

Soms blijf ik in de S-Bahn staan, ook als er nog zitplaatsen zijn. Op weg van de Sundgauer Strasse naar Steglitz zag en hoorde ik in de verte een jonge vrouw die vanaf haar zitbank harder praatte naarmate ze drukker gesticuleerde. Het ene vuurde het andere aan. Ik dacht dat ze ruziede met de man tegenover haar, die deed alsof ze lucht was. In haar plaats zou ik tegenover zo’n bundel onverschilligheid ook mijn geduld verliezen, dacht ik, vol empathie voor die jonge, zich voor niets uitslovende vrouw.

Maar toen ik de plek naderde om het drama beter te kunnen volgen, merkte ik dat die vrouw gewoon heel luid in haar draadloosheid was verstrikt. Ze zat te praten met iemand die je niet hoorde of zag, een persona die wellicht in een cloud verborgen zat. Aangezien er geen pauze viel, was er ook geen repliek. De man tegenover haar had niets met haar te maken, die zat na het werk gewoon wat te koekeloeren, concludeerde ik, terwijl mijn gedachten uitwaaierden naar de tijd dat er nog kabels waren, en kabelsla.

De monologiserende vrouw raakte door haar staat van opwinding in een psychosomatische trance omdat ze – zo veel begreep ik er wel van – een onvoldoende cijfer had gekregen van een of andere onbekwame professor in de medicijnen. Dat verkondigde ze met luide stem voor de hele trein. Haar gebarentaal was gewoon de begeleider van de emoties waarvan ze het slachtoffer was. Waarschijnlijk was ze een aankomende verpleegster die een kalmeermiddel kon gebruiken. Zoals wij allemaal.

Haar stemgeluid overstemde alles. Na een tijdje zat de hele coupé naar haar te staren, wat die vrouw helemaal niet stoorde. Ze was immers alleen op de wereld. Ze ging zo zeer op in haar rol dat ze van een applaus of zelfs van het uitblijven daarvan niets gemerkt zou hebben. Haar vertolking was zo geweldig dat alle reizigers op de duur totaal uitgeteld naar het plafond zaten te kijken alsof Michelangelo het in eigen persoon vanaf de rug van een dravend paard beschilderd had, met open mond, in de collectieve overtuiging dat die woordendiarree toch ergens een afloop moest vinden.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: