Hoe de DDR in het oosten van Duitsland verdween

18 februari 2013

Ze heten nog altijd ‘de nieuwe landen’, al maken ze al meer dan twintig jaar deel uit van de verruimde Bondsrepubliek. Sprake is van de Duitse gebieden die ooit behoorden tot de DDR (Duitse Democratische Republiek), een staat die in 1990, veertig jaar na zijn oprichting, werd afgeschaft. In de Koude Oorlog werd de DDR in West-Duitsland ‘de zone’ genoemd. In de West-Duitse conservatieve pers werd die afkorting altijd tussen aanhalingstekens geplaatst. Die leestekens, eerder agressief dan ironisch, sneuvelden pas nadat de DDR onder de regeringen van Willy Brandt (1969-1974) werkelijk als een staat werd erkend.

Maar wat betekent het geboren te zijn in een onrechtstaat die door zijn tegenbeeld, de BRD, is opgeslokt? Voor Andrea Hanna Hünniger (°1984) is dat geen academische vraag. De schrijfster van Het paradijs (Atlas-Contact) was amper vijf jaar oud toen in Berlijn de Muur viel, veel te jong om deze gebeurtenis op het moment zelf als historisch te kunnen ervaren. Bovendien was Weimar, waar ze geboren werd, ver van het grote gedruis in Berlijn verwijderd. Als Hünniger zich één opening uit haar prille kinderjaren herinnert, dan is het niet die van die Muur, maar van Disneyland, in 1992, op de televisie.

Nergens is de DDR meer verdwenen dan in het oosten van Duitsland. Dat is de kernthese van Hünnigers boek. Daarmee klaagt de schrijfster ook aan dat haar ouders uit schaamte zijn blijven zwijgen over het land waarin ze zijn opgegroeid. Hünniger steekt een beschuldigende vinger uit naar de generatie van haar ouders, die volgens haar tot op het laatste moment in gebreke is gebleven: ‘Feit is dat de Wende niet door onze ouders is voltrokken, maar door de oude kaderleden van de generatie vóór hen. Dat deze ouderen zo veel flexibeler zijn dan mijn ouders, hoe komt dat? Misschien omdat deze generatie nooit een ander systeem heeft leren kennen, alleen de DDR, waarin ze werd geboren.’ Dat is toch een klap in het gezicht van de Oost-Duitse generatie die zichzelf eind jaren tachtig een heldenrol (Wir sind das Volk! Wir sind ein Volk!) heeft toebedeeld in de ontmanteling van de DDR. Hünniger vindt ‘ouders, leraren en politieagenten de allerstomste sukkels’. Die respectloosheid creëerde een sfeer van wat ze een ‘omvangrijk verval van het gezag’ noemt.

Wellicht biedt deze sfeer ook een verklaring voor het machtsvacuüm dat vlak na de Duitse vereniging in de voormalige DDR ontstond. Die leegte uitte zich in allerlei gewelddadige excessen, die volgens mij de verdiensten van de Einheitskanzler, Helmut Kohl, sterk relativeren. In talrijke steden van de ex-DDR maakten skinheads, neonazi’s en extremisten ongestraft jacht op Vietnamezen (aangeduid met ‘fidsji’). In Rostock-Lichtenhagen werden de prefabflats van de nog in de DDR aangeworven Aziatische vakarbeiders in pogromachtige acties onder aanmoediging van massa’s schreeuwers door moordzuchtig uitschot in brand gestoken. De politie keek met gekruiste armen toe. Kohls nieuwe staat, die van zijn geweldsmonopolie geen of te laat gebruik maakte, faalde toen over de hele lijn. De brandstichters gingen vrijuit. In dat licht is het plausibel en verdedigbaar dat Kohl de Nobelprijs voor de Vrede niet gekregen heeft.

Hünniger maakt in haar boek duidelijk dat ze als volwassene op alles is voorbereid. Ze vindt dat crisissen en conflicten in het persoonlijke en maatschappelijke leven tot de dagelijkse kost behoren. In Het paradijs formuleert ze dat soms te slordig, te koket, te onverschillig. Omdat ze zich te vaak herhaalt worden veel van haar uitspraken redundant. Bovendien is het jammer dat dit boek niet voorzien is van een notenapparaat waarin onbekende namen en begrippen voor jonge niet-Duitse lezers verhelderd worden. Ondanks al die tekortkomingen biedt Het paradijs interessante lectuur. Wellicht is het de eerste keer dat een jonge Duitse schrijfster zich zo getormenteerd presenteert als een overlevende van het fantoomland DDR.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: