Een ademtocht

26 januari 2013

De vestiging die mijn flat herbergt dateert van de jaren dertig. De met kolen gestookte tegelkachels in woon- en slaapkamer zijn afgebroken. De weg van de woonkamer naar het balkon verloopt via twee dubbele houten deuren, dubbele dubbelgangers. Tussen die twee met glas opengewerkte deuren kleumt een smalle tussenruimte waarin een microklimaat heerst en die ik het vagevuur noem. In de winter slaat de condens op de binnenkant van het vensterglas in het vagevuur zo slagvaardig neer dat de buitenwereld zijn omtrekken verliest. Die condens, een vage bekende uit de kindertijd, is zelf het kind van mijn ademtocht, die vloeibaar uitdijt op de onderdorpels. De plassen tasten het verfwerk aan, wrikken het met hun van natheid verzadigde, capillaire nagels open, tillen en blazen het op voor ze het verslinden en verscheuren.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: