Twee pepysmen: Charles III en de eerste Engelse opera

12 december 2012

Pepysmen

Ten tijde van Samuel Pepys was er slechts één vrouw die koning Charles II Charles III noemde. Dat was Gwyn Nell (1650-1687), een sinaasappelen verkopende prostituee die als actrice van karakterrrolen het theater veroverd had. Ze had al twee mannen versleten die beiden Charles heetten toen ze de maîtresse van de koning werd.

Een ander markant figuur in de Engelse toneelwereld, waar Samuel Pepys zo verzot op was, heette William Davenant (1606-1668), een oudere tijdgenoot. Ten tijde van de republiek onder het bestuur van Oliver Cromwell liet Davenant als directeur van een privétheater dat hij in zijn eigen huis (Rutland House) had ondergebracht, het historisch drama Het beleg van Rhodos door vijf componisten in 1656 vertonen om zo het puriteinse theaterverbod te kunnen omzeilen. Davenant presenteerde de opvoering als recitatieve muziek. Zo ontstond de eerste Engelse opera, die nu helaas spoorloos is. De volledige titel van het in hetzelfde jaar gepubliceerde stuk luidde: ‘The siege of Rhodes made a representation by the art of prospective in scenes, and the story sung in recitative musick. At the back part of Rutland-House in the upper end of Aldersgate-Street, London.’

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: