Xiaolu Guo verdedigt Mo Yan

10 december 2012

Al weken wordt in de Duitse pers gedebatteerd over de vraag of de Chinese schrijver Mo Yan, 57 jaar, de Nobelprijs literatuur, die hij vandaag in ontvangst neemt, heeft verdiend. Dat die discussie in Duitsland meer opzien baart dan in andere landen komt door het kaliber van twee deelnemers.

In de eerste plaats is dat de Duits-Roemeense schrijfster Herta Müller, 59 jaar, die in 2009 zelf met de Nobelprijs gelauwerd werd. In de tweede plaats is dat Liao Yiwu, 54 jaar, een Chinese dissidente schrijver die er vorig jaar in slaagde zijn land te ontvluchten en die sindsdien in Berlijnse ballingschap woont. Liao Yiwu is de auteur van Gevangenisliederen, een boek dat begin volgend jaar bij Atlas verschijnt en waarvan de titel de inhoud precies omschrijft.

Herta Müller heeft in een gesprek met de Zweedse krant Dagens Nyheter (28 november) verklaard dat Mo Yan in China de censuur geprezen heeft. Die verklaring werd door Peter Englund, de secretaris van de Zweedse academie, gecounterd met de opmerking dat Mo Yan juist het slachtoffer was van de Chinese censuur.

De Chinese schrijver Liao Yiwu gaat vanuit zijn Berlijnse ballingschap even hard tegen Mo Yan tekeer als Herta Müller, wier protegé hij is. Dat hij dit jaar met de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel werd onderscheiden, is zowel aan zijn eigen verdiensten als aan haar tussenkomst te danken.

De verwarring is groot. Daarom is het goed dat de Chinese schrijfster Xiaolu Guo (°1973) zich vanuit Londen soeverein in de discussie heeft gemengd met een opiniestuk dat in de Berlijnse krant Tagesspiegel (‘Ware kunst dient geen heer’, 3 december) verscheen. Xiaolu Guo emigreerde in 2002 van China naar Groot-Brittannië. Ze schreef haar romans eerst in het Chinees en daarna in het Engels (o.a. het vertaalde Dorp van steen, 2008, Mouria) en draaide de films She, a Chinese (2009) en Ufo in her Eyes (2011). In haar opiniestuk zegt Xiaolu Guo dat ze grote achting heeft voor Liao Yiwu, maar dat ze zijn kritiek aan het adres van Mo Yan niet deelt.

Dan zet Xiaolu Guo de puntjes op de i: ‘Een groot staatskunstenaar kan precies zo buitengewoon zijn als een dissidente kunstenaar.’ In dat verband noemt ze de Russische componist Dmitri Sjostakovitsj, wiens verdienste men niet moet minimaliseren omdat hij in Stalins USSR een staatskunstenaar was die in gevaarlijke omstandigheden werkte. De parallel met Mo Yan doortrekkend zegt Guo: ‘Het klopt gewoon niet dat een kunstenaar in een totalitaire maatschappij alleen maar de keuze heeft tussen artistieke of persoonlijke zelfmoord en politiek martelaarschap.’

Xiaolu Guo zegt zonder reserve dat Mo Yan zijn Nobelprijs verdiend heeft: ‘Zijn hele oeuvre is een literaire universiteit die door iedereen bezocht kan worden.’ Ze stemt in met de woorden van laureaat Mo Yan zelf, die op een persconferentie de reporters in Shandong op het hart drukte dat diegenen die hem bekritiseren zijn boeken niet gelezen hebben. ‘Anders zouden ze wel begrijpen dat ik met mijn werk grote risico’s heb genomen,’ verklaarde Mo Yan in het openbaar in Shandong, vlak nadat hij het nieuws van zijn onderscheiding had vernomen.

Xiaolu Guo pleit ervoor om de kunst niet voortdurend alleen maar aan haar maker of aan haar dissidente gehalte te meten. ‘Wat is voor ons belangrijker, de persoon van de kunstenaar of de kunst die hij maakt? Als kunst méér omvat dan het puur menselijke, dan kan de kunstenaar als louter “zoon politkon” achter zijn kunst verdwijnen.’

Het standpunt van Xiaolu Guo is vooral een opdoffer voor Herta Müller, die in literaire en politieke kringen steeds minder serieus wordt genomen. Almaar minder begrijpt men waarom Müller, die 34 jaar was toen ze de Roemeense dictatuur in 1987 kon verlaten, niet wat meer begrip opbrengt voor schrijvers die ervoor kiezen om te werken in hun geboorteland, ook al is dat land een dictatuur.

Het weekblad Der Spiegel confronteerde Müller een paar maanden geleden (27 augustus 2012) met de vraag waarom ze keihard is voor iedereen die in de Roemeense dictatuur naar een modus vivendi met het regime zocht, maar een uitzondering maakt voor haar vriend Oskar Pastior, de naar Berlijn uitgeweken Roemeense dichter van wie na zijn dood (2006) bekend raakte dat hij een informant van de Roemeense inlichtingendienst Securitate was geweest. Daar gaf Müller geen duidelijk antwoord op.

Onbegrijpelijk is Müllers opmerking dat ze Mo Yans pleidooi voor de vrijlating van de dissidente schrijver Liu Xiaobo, die in 2010 de Nobelprijswinnaar voor de Vrede kreeg, geloofd zou hebben als hij daarmee twee weken vóór zijn onderscheiding met de Nobelprijs had uitgepakt. Hoe had Mo Yan veertien dagen vóór 11 oktober kunnen weten dat hij de prijs zou krijgen?

Verder verklaarde Herta Müller eind november dat ze bijna in tranen was uitgebarsten toen ze op 11 oktober vernam dat Mo Yan met de Nobelprijs gelauwerd zou worden. Waarom heeft ze zelf meer dan een maand gewacht om de wereld van die mogelijke tranen op de hoogte te brengen?

Het spreekt vanzelf dat de secretaris van de Zweedse academie met de kwestie verveeld zit. In een mededeling verklaarde Peter Englund dat de Academie door de Japanse Nobelprijswinnaar (1994) Kenzaburo Oe op het oeuvre van Mo Yan opmerkzaam was gemaakt, en dat die zeker niet verontwaardigd was over de keuze van de Academie.

Op de beschuldiging van Herta Müller dat Mo Yan een hoge Chinese functionaris is met de rang van minister, repliceerde Englund: ‘Mo Yan is een auteur die ervoor gekozen heeft in China te werken. Natuurlijk is zijn bewegingsvrijheid daardoor beperkt.’

De aantijgingen aan het adres van Mo Yan doen denken aan de goedkope aanvallen die de Albanese schrijver Ismail Kadare, ook een kandidaat voor de Nobelprijs literatuur, nog altijd te verduren krijgt wegens zijn rol van volksvertegenwoordiger tijdens het regime van dictator Enver Hoxha in het stalinistische Albanië.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: