Mozes in Berlijn
26 oktober 2011
‘Ik breng een döner mee naar jullie begrafenis,’ schreeuwde de man naar het duo dat zich naar buiten repte. Hij was uit de achterste rijen naar voren gestormd en stond nu trillend naast het doek waarop de film liep. Het leek wel alsof hij uit het scherm gevallen was. Want het gebeurde allemaal in de kleine bioscoop waarin ik gisteren was beland.
De film was al begonnen en toonde een roeiende man die in een homerische woede uitbrak omdat zijn gezellin een verkeerde vraag had gesteld. Daardoor leek het alsof de man op het doek en de man naast het doek hun woede-uitbarstingen met elkaar afgesproken hadden.
Maar de explosie van de man naast het doek gold de laatkomers die beiden een döner kebap hadden meegebracht, wat je had kunnen ruiken met je ogen dicht als het niet al donker was geweest.
‘En dan wagen jullie het ook nog om met jullie zilverpapier te knisteren,’ schreeuwde de man naast het doek, waarvan iedereen de blik had afgewend. Daar stond hij, die woedende man, groot, wijdbeens, dik, kaal, met zijn rug naar het doek en met een stem die iedereen verpletterde, een Mozes zonder stenen tafelen.